
NOORD-BRABANT – Bijna één op de vijf Brabantse inwoners van 75 jaar en ouder maakt gebruik van huishoudelijke hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In de eerste helft van 2025 ging het om 19,9 procent, ruim 50.500 ouderen. Vier jaar eerder lag dat aantal nog rond de 42.400. Dat blijkt uit onderzoek van Zuster Jansen, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het aandeel Brabantse ouderen dat een beroep doet op de Wmo ligt iets boven het landelijke gemiddelde van 18,1 procent. Provincies als Overijssel en Limburg kennen nog hogere percentages, terwijl Noord-Holland juist lager scoort.
Binnen Noord-Brabant zijn de verschillen per gemeente groot. In Heusden maakt ongeveer een kwart van de 75-plussers gebruik van huishoudelijke hulp. Ook gemeenten als Gilze en Rijen, Tilburg, Helmond en Loon op Zand kennen relatief hoge percentages.
Aan de andere kant van het spectrum staat Laarbeek, waar iets meer dan 12 procent van de ouderen huishoudelijke hulp via de Wmo ontvangt. Ook in Nuenen, Gerwen en Nederwetten en in Heeze-Leende ligt het gebruik duidelijk lager dan het Brabantse gemiddelde.
De cijfers laten zien dat de vraag naar huishoudelijke hulp de afgelopen jaren flink is toegenomen. Vooral gemeenten met een relatief grote oudere bevolking krijgen te maken met een blijvende druk op de Wmo-voorzieningen. Tegelijkertijd staat de beschikbare capaciteit in de thuiszorg onder spanning, wat de organisatie van deze ondersteuning complexer maakt.
Wie wil weten hoe de eigen gemeente scoort, kan de volledige onderzoeksresultaten bekijken via de website van Zuster Jansen.
Meer nieuws? Kijk op Altena.nieuws.nl | Facebook | Instagram