GENDEREN - De Vrije Volkspartij Altena heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders van Altena over het dossier rond Park Veldzicht.
Fractievoorzitter Henno Timmermans wil onder meer duidelijkheid over de kosten van de juridische procedure en de manier waarop het conflict met de betrokken stichting is verlopen.
Kosten van juridische procedure
Volgens informatie die de partij heeft ontvangen zouden de kosten voor de gemeente in verband met het kort geding inmiddels meer dan 25.000 euro bedragen. De fractie vraagt het college om een volledig overzicht van alle kosten die tot nu toe zijn gemaakt.
Daarbij gaat het onder meer om externe juridische bijstand, proceskosten, interne ambtelijke uren en eventuele andere advieskosten.
Vragen over communicatie en escalatie
De Vrije Volkspartij Altena stelt dat er signalen zijn dat de communicatie voorafgaand aan de rechtszaak moeizaam verliep. Volgens betrokkenen zou er sprake zijn geweest van gebrekkige communicatie en het uitblijven van reacties op correspondentie.
De partij vraagt het college daarom uit te leggen welke stappen en besluiten uiteindelijk hebben geleid tot de juridische procedure en op welk moment duidelijk werd dat een rechtszaak mogelijk was.
Kritiek op stopzetten initiatief
Ook het stopzetten van activiteiten op Park Veldzicht roept vragen op. De fractie wil weten waarom het burgerinitiatief niet in overleg met de betrokken stichting kon worden aangepast aan de geldende regels.
Daarnaast vraagt de partij of er mogelijkheden waren om het initiatief gefaseerd aan te passen, bijvoorbeeld tot het einde van een contractperiode.
Bestuurlijke rol en communicatie
Verder wil de Vrije Volkspartij Altena inzicht in de rol van het college en de betrokken portefeuillehouder in het dossier. Daarbij gaat het onder meer om de communicatie met de stichting, contacten met inwoners en de informatievoorziening richting de gemeenteraad.
Ook vraagt de partij of het college bereid is het dossier intern te evalueren en lessen te trekken om te voorkomen dat conflicten met maatschappelijke initiatieven in de toekomst escaleren tot juridische procedures.